't Manneke
En het manneke kwam van ver gelopen
‘t had bijna geen adem meer
‘t had al dagen en nachten met niemand gesproken
Dat was niet nodig met zo’n zoet zeer
Dat was niet nodig met zo’n zoet zeer.
En het manneke had cadeautjes meegebracht,
ingepakt in zilverpapier
Nu stond het eindelijk voor haar deur en riep
‘Meiske, ik ben hier!
Meiske, ik ben hier!’
Veel te diep in haar ogen gekeken
Veel te veel willen zien
Veel te gauw in brand gevlogen
Veel te veel
En het manneke riep,
maar de deur bleef gesloten
‘t Is dan maar langs achter gegaan
Daar zat ze voor de spiegel
en ze kamde d’r haar
Het zag de sterren en de maan
De sterren en de maan.
En het manneke vroeg:
‘Hoe is ’t met u?’
Ze zei: ‘Goed, maar er hangt mist voor mijn ogen.’
Het zei: ‘Wacht meiske, daar weet ik iets voor!’
En ’t is rap naar het bos gelopen.
Veel te diep in haar ogen gekeken
Veel te veel willen zien
Veel te gauw in brand gevlogen
Veel te veel
En het manneke heeft toen een boom omgehakt
om een vuur voor haar aan te steken
En het vroeg rond de vlammen:
‘Hoe voelt g’ u nu?’
‘De mist is weg, maar ik heb nog niets gegeten.’
En het manneke is naar de winkel gelopen
Het bracht frieten met biefstuk en taart.
"De mist is weg, de honger ook, maar ik zie u niet meer graag
en ik zou willen dat ge gaat."
Veel te diep in haar ogen gekeken
Veel te veel willen zien
Veel te gauw in brand gevlogen
Veel te veel
En het manneke is toen weggelopen
‘t Heeft nu geen cadeautjes meer.
‘t Heeft al dagen en nachten met niemand gesproken
‘t Ligt in bed want het heeft zeer.
‘t Ligt in bed en het leeft niet meer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten